|
|
Allard Kalff:
Na 25 jaar terug bij de basis (vervolg)
|
|
|
Hoe zag het startveld er toen uit? Kalff: “Er
reden net als dit weekend zo’n stuk of 25 coureurs mee. Bijvoorbeeld
Cor Euser, Gert Valkenburg en Jaap van Silfhout. Het was toen ook
precies hetzelfde als nu. Het is gezellig, de concurrentie is keihard,
maar we hebben respect voor elkaar.” Toen Kalff na zoveel
jaren weer in de Formule Ford ging zitten, had hij naar eigen zeggen
precies hetzelfde gevoel als in 1980. “Ik zat met een glimlach
op mijn gezicht in die auto. Alhoewel ik wel moet zeggen dat ik
meer geniet dan vroeger. Toen was ik zo met racen bezig. Nu heb
ik echt veel lol in die auto, lekker met mijn hoofd in de wind.
Het lijkt me wel wat om, wanneer bijvoorbeeld Michael (Bleekemolen,
red) en ik stoppen met racen, om dan met zijn
allen nog een jaar lang Formule Ford te rijden.”
|
Om
ook nu een heel seizoen in de Formule Ford te racen lijkt Kalff
zeker niet verkeerd, maar hij geeft toe dat de concurrentie groot
is. “Ik denk niet dat ik jongens als Retera en Jongejans zomaar
zou kunnen verslaan. Als ik Nederlands kampioen Formule Ford zou
worden, dan zou het slecht gesteld zijn met de Nederlandse autosport.”
Kalff ziet de Formule Ford nog steeds als de ideale opstapklasse in de autosport. “Ik
vind dat als je als coureur niet in een Formule Ford hebt gereden, dat echt een
gebrek is. Je leert racen, de auto afstellen en ook om respect voor elkaar te
krijgen. Bovendien kost het minder geld dan bijvoorbeeld de Formule Renault,
dat ook nog eens meer gereglementeerd is,” aldus Kalff. Kalff kan met zijn
ervaring veel aan de jonge coureurs meegeven, maar toch zegt hij: “Het
moet vooral uit jezelf komen, je moet zelf willen.”
|
|

|
|